Het christendom was een ,,unieke en hoogst aantrekkelijke godsdienst'' in het oude Romeinse Rijk, maar dat het zou uitgroeien tot de invloedrijkste godsdienst van Europa, is allerminst vanzelfsprekend. Dat betoogde prof. Jan Bremmer ondermeer gisteren bij zijn afscheid als hoogleraar godsdienstwetenschap in Groningen.

Bremmer ging diverse factoren na om het 'succes' van het vroege christendom te verklaren. Christenen vielen op door hun ,,pure'' levensstijl en deden aan liefdadigheid (een Bijbelse opdracht, red.). Onderlinge contacten zorgden voor een gevoel van eenheid in het pluriforme Romeinse Rijk. Ook de inhoud van het christelijk geloof was bijzonder: het ging over een God die als een Vader van zijn kinderen hield; en het geloof gaf martelaren troost - ze zouden na hun dood naar God gaan en Hij zou over hun vijanden oordelen.

Lees verder: Nederlands Dagblad